Bert en Ernie

In de voorstelling Stapelbedbroers die ik met mijn broer Koos speel, lees ik vaak de column Bert en Ernie, die ik voor het tijdschrift Lezen schreef toen ik directeur was van Stichting Lezen. Afgelopen zaterdag deed ik dat in het KAdECafé (Amersfoort) ook en na afloop werd mij gevraagd waar die column na te lezen was. Dat wordt mij vaker gevraagd, vandaar dat ik hem nu maar eens op deze site plaats.

Deze zomer kwam ik erachter. In de auto op weg naar Frankrijk. In Antwerpen had ik nog geen idee, bij Lille kreeg ik een flauw vermoeden. Ter hoogte van Orléans begon het te dagen en bij Limoges wist ik het zeker. Het ligt allemaal aan Bert en Ernie.
Je kunt nog zo veel schattige kinderen in Sesamstraat laten opdraven, die zich gretig laten voorlezen, maar tegen de macht van Bert en Ernie is weinig bestand. Ernie de optimistische, vrolijke levensgenieter, die overal een feestje ziet. Bert de cynische, saaie zeurkous, die een zwak heeft voor duiven, paperclips verzamelen en… van lezen houdt. De boodschap is duidelijk.
Voor de duizendste maal klonk de Sesamstraat-cd van mijn op de achterbank als prinsjes zetelende zoontjes door de auto. Het dreef mijn vrouw en mij tot waanzin, maar toverde een brede lach op de gezichten van onze kinderen. Die cd kan volgens hen niet vaak genoeg gedraaid worden. Bekijk het maar met je Jean Ferrat en Bob Dylan.
Bert en Ernie zongen een lied waarin zij zichzelf en elkaar typeren. Dat lied eindigt met een nurks mompelende Bert, de spelbreker: ‘Altijd als ik eens even lezen wil, dan moet ik weer mee dansen en springen en…’. Kinderen krijgen het met de Sesamstraat-paplepel ingegoten: lezen is de pret bederven, lezen is van duiven houden, lezen is paperclips verzamelen. Kortom: lezen is saai.
En daar moeten wij leesbevorderaars tegen opboksen? Onbegonnen werk, maar we doen het toch. Ik ben een Bert in het diepst van mijn gedachten.

Alle rechten voorbehouden © Uitgeverij De Kleine Weimar 2026